Koersel

Koersel

De naam wordt voor het eerst vermeld in 1185. De meeste taalgeleerden leiden de naam Koersel af van de persoonsnaam "cor" en "sala", wat woonplaats betekent, zodat de naam uit de Frankische periode zou dateren.
Als schrijfwijzen vinden we: Corsala, Corsele, Coorsele, Coorsel, Coursele, Coursel, Koersel.
Eertijds behoorde het grondgebied van Koersel tot de parochie Lummen. Op een niet nader te bepalen datum echter werd, door de de zorgen van de leenheer van Lummen, te Koersel een St.Brigida-kapel opgericht.
In 1185 stond de heer van Lummen zijn kerkelijke prerogatieven over Koersel af aan de abdij van Averbode, met het gevolg dat de parochie Koersel haast uitsluitend door Premonstratenzers van de abdij van Averbode werd bediend. Koersel behoorde tot de heerlijkheid Lummen, die eveneens Linkhout en Schulen omvatte.
In 1909 werd met de voorbereidingswerken begonnen voor de uitbouw van een steenkolenmijn en in oktober 1919 werd de eerste steenkolenlaag, op een diepte van 623m bereikt. Deze datum bracht een grote omwenteling teweeg in deze streek.
Uit het in de eerste helft van vorige eeuw in het oosten van Koersel ontstane Mariaoord Onze-Lieve-Vrouw aan de staak ontstond het recreatieoord't Fonteintje, gelegen in enig mooi natuurkader.

Uitgelicht